Welkom
Wij heten u hartelijk welkom op de website van de Hersteld Hervormde Gemeente Nieuwleusen. Wij nodigen u van harte uit om onze kerkdiensten bij te wonen. De aanvangstijden staan in het kort hier rechts van de pagina of klik op lees meer.

Met deze website willen wij u van actuele informatie voorzien over onze gemeente. De Hersteld Hervormde Gemeente "Rehoboth" van Nieuwleusen is een gemeente die deel uitmaakt van de Hersteld Hervormde Kerk.
Meditatie
Verlossing gemeld (veertig dagen na kerst). En deze… sprak van Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten (Lukas 2:38 slot)
En deze
Veertig dagen na de geboorte van Christus zien we voor het eerst en voor het laatst in de Schrift Anna. En deze. Met die woorden wordt Anna aangewezen. Ik laat haar levensgeschiedenis hier rusten. Het gaat mij om het volk dat Anna heeft opgezocht om haar blijde Kerstboodschap te doen horen. De tekst laat mij zien dat de boodschap die de hoogbejaarde Anna betuigt, geadresseerd is. Zij is gericht aan allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. Simeon was een mens uit Jeruzalem. Anna's huisje staat ook ergens in de heilige stad. Jozef en Maria woonden in Nazareth, terwijl Christus in Bethlehem is geboren.
In Jeruzalem
Anna's boodschap klinkt in Jeruzalem. Nadat zij in aanwezigheid van Simeon de geboren Christus heeft beleden als de gekomen Messias, ja als de Schoonste aller mensenkinderen, is zij nog lang niet uitgepraat. O nee. Daarna vloeit haar mond nóg over van Gods eer. Zij zoekt hoorders die het evangelie moeten vernemen. Zij vindt publiek dat graag de Kerstboodschap aanhoort en dat er zelfs heerlijk door wordt gesticht. Kijk maar wat er staat.
Geestelijk leven
En deze (Anna) sprak van Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. Zij is niet onbekend in Jeruzalem. Zij is op de hoogte van het leven van hen die een even dierbaar geloof van de Heere verkregen hebben. Opmerkelijk is dát er in Jeruzalem geestelijk leven wordt gevonden. Van deze stad hebben wij altijd de indruk dat zij vól is van godsdienstige mensen, van Farizeeërs en Schriftgeleerden, maar dat er naast al die godsdienst geen of in elk geval nauwelijks Godsvreze is te bespeuren.
Ware Godsvreze
Tóch zijn er Godvrezenden in Jeruzalem. Wij weten: Zacharias en Elizabeth woonden in het gebergte van Judea, bij Hebron. Lucas 23:51 zegt van Jozef van Arimathea die in Jeruzalem woont dat hij ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte. Van de beide Emmaüsgangers die op twee en een half uur gaans van Jeruzalem wonen, maar wel contact met de stad onderhouden, lees ik: Wij hoopten dat Hij was Degene Die Israël verlossen zou, al zijn zij op dát moment terneergeslagen en moedeloos en lijkt hun hoop wég te zijn…
Er zijn er dus in en rondom Jeruzalem die de oudtestamentische verwachting hadden en die vast hebben geloofd dat de Heere Zijn Messias zou zenden. Aan de troon van Gods genade hebben zij volgehouden in hun worstelen, net zo lang tot Hij hun genadig wilde zijn. Zij hebben vurig gebeden, verlangd, uitgezien naar de verlossing, ja naar die verlossing, namelijk die beloofd was door den Messias te zullen geschieden, zoals de kanttekenaar schrijft. Zij hebben dus geloofd: Er zál verlossing komen. Zijn goedheid is zeer groot. Zij waren met ware Godsvreze bedeeld.
Eerlijk onderscheiden
We moeten goed onderscheiden. In die dagen zijn er velen geweest in Israël die hebben uitgezien naar een verlosser die hen van het juk van de Romeinen zou bevrijden. Zij verwachten in aardsgezindheid en wereldse gerichtheid een verlosser, maar zij dáchten niet aan hun zonden en schuld. Zelfs de discipelen zijn wel besmet geweest met dit virus. Zodoende dachten zij dat het met de Heere Jezus alleen maar omhoog zou gaan. Aan de weg van vernedering en kruis dragen dachten zij niet.
Wie zijn het die Anna mag troosten en aan wie zij bemoedigend bericht mag brengen? Het zijn niet die mensen die in aardsgerichtheid een verlosser begeerden. Haar boodschap is geadresseerd aan geestelijke tobbers en zuchters, aan hen die in nood uitzien naar verlossing vanuit de hemel! Zij gaat naar mensen die evenals Simeon de Vertroosting Israëls, dat is de Christus, verwachtten.
Fors aantal
Ze zijn er. Ik krijg uit de tekst de stellige indruk dat er niet slechts hier en daar ééntje is te vinden die zó leeft. Er staat dat zij zich wendt tot allen [!] die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. Allen. Nee, er staat niet bij hoevelen er waren, maar die állen zijn een fors getal geweest. Hoe valt dat mee. Lezer, laten we niet te klein denken van God. Mijn gedachten gaan naar Elia, die meent dat hij alleen is overgebleven in zijn dagen. Wat zegt de Heere God tegen hem? Ook heb Ik [!] in Israël doen overblijven zevenduizend, alle knieën die zich niet gebogen hebben voor Baäl en allen mond die hem niet gekust heeft. Elia kende ze niet allemaal. Hij kende in elk geval Obadja, Naboth en Elisa. Toch waren er véél meer. De Heere kent ze allen die de Zijne zijn.
Een overblijfsel
Paulus concludeert in Romeinen 11 vers 5: Alzo is er dan ook in deze tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden naar de verkiezing der genade. Wat een heerlijke troost is dat! God heeft en houdt Zijn Kerk tot de jongste dag. Hij weet waar ze wonen. Artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat Christus een eeuwig Koning is Dewelke zonder onderdanen niet zijn kan. En deze heilige Kerk wordt van God bewaard of staande gehouden tegen het woeden der gehele wereld; hoewel zij somwijlen een tijdlang zeer klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn in de ogen der mensen; gelijk Zich de Heere gedurende den gevaarlijken tijd onder Achab zevenduizend mensen behouden heeft, die hun knieën voor Baäl niet gebogen hadden…
Bemoedigende taal
Anna spreekt van de gekomen Christus tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. Anna's taak is dit te doen en te zeggen: Verheug het volk, verblijd hen allen, Heere, die naar U zoeken t' elken stond. Leg steeds Uw vrienden in den mond: 'Den groten God zij eeuwig lof en eer!' Zij mag Jeruzalem toeroepen dat haar strijd vervuld is en dat haar ongerechtigheid verzoend is in Hem Die zij zelf heeft gezien. Evenals Simeon mag zij haar getuigenis bekrachtigen met de woorden: Mijn ogen hebben uw zaligheid gezien. Daarom zegt zij: Wacht op den Heere. Zijt sterk en Hij zal uw hart versterken. Zo Hij vertoeft, verbeid Hem. Hij zal gewisselijk komen en niet achterblijven. Hij zal naar u omzien. Van Anna's lippen klinkt zulk een bemoedigende taal. Is het niet?
Gemeenschap der heiligen
Er is kennelijk in de gemeente van Jeruzalem een gemeenschap der heiligen onderhouden geweest. Als de één in het donker liep, heeft de ánder gezegd: Jongen, houd moed. God vergeet de hoop van Zijn ellendigen niet! Zo hebben ze elkaar in de middellijke zin mogen vasthouden, terwijl God hen vasthield.
Verschillende taken
Let op. Er is verschil in de taken die de Heere geeft aan de Zijnen. De herders die het Kindeken Jezus in de kribbe hebben gezien als hun Zaligmaker, maakten alom bekend wat zij gehoord hadden en Wie zij gezien hadden. De hele wereld moet het horen. Anna krijgt van Godswege een speciale taak. De Heere gebruikt haar om uitziende en bekommerde zielen te vertroosten, te bemoedigen met de hartsterkende boodschap dat het Voorwerp van hun verlangen gekomen was in de wereld. De Koning der Kerk gebruikt het ene kind van God voor de evangelieboodschap in de wéreld, Hij schakelt een ander van Zijn kinderen in om te laten horen aan Zijn Adventsgemeente dat het Kerstfeest is geworden. Mooi hè? Hij heeft voor elk een woord.
Niemand vergeten
Anna is een getuige. Zij heeft geen ambt bekleed. Zij is beslist geen predikante geworden. Vrouwelijke predikanten mogen er van God niet zijn. Wel heeft zij zich getrouw van haar taak gekweten. Zij heeft in Jeruzalem elk adres bezocht, waar een kind van God woonde. Zij is niemand vergeten. Zij heeft ze allemaal opgezocht die uitzagen naar Gods heil in Christus. Zou zij een straat voorbij gelopen zijn, dan heeft God haar wel teruggestuurd en tegen haar gezegd: Anna, daar woont er ook één die het horen moet. Vergeet dat adres niet. Anna vindt hen allemaal, want de Heere gaat aan niet één van hen voorbij. Allen hebben zij ondervonden: Schoon ik arm ben en ellendig, denkt Gód aan mij bestendig.
Uitzien voorbij
Wat mag Anna zeggen? Het is niet meer: Ik blijf den Heere verwachten. Zij mag het nu melden: De tijd van uitzien is voorbij. Hij is gekomen. Dat is haar blijmare. Met die woorden mag ze een verwachtend en uitziend volk bemoedigen en versterken. Hoe rijk is deze boodschap voor de bekommerde Kerk, voor elkeen die zich in de stand van uitzien bevindt. Anna brengt de boodschap naar buiten. Dat doen wij ook. U mag het overal zeggen en vertellen.
Geen stilzwijgen
O lezer, dat er geen stilzwijgen bij u zal zijn. Dat u als een Anna mag zijn die Hém aanwijst en aanprijst. Anna verkondigt dat er verlossing is gekomen. Zij laat het vrijmoedig horen: Hij Die verlost van het grootste kwaad en Die brengt tot het hoogste Goed, Hij is gekomen. In Hem alleen ligt het leven.
Ook mij
En deze…(Anna dus) sprak van Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. Lezer, spreekt u van Hém? U spreekt over allerlei dingen, maar één ding vraag ik u: Is uw spreken over Hem? Is uw uitgang naar een uitziend volk? Zoekt u het gezelschap van de ware vromen of mijdt u hen? Dát volk dat weet heeft van een gelovige verwachting, is het enige volk dat kán en mág zeggen: Hij maakt óp hun gebeden gans Israël vrij van ongerechtigheden.
Anna mag vrijmoedig zeggen: Zo deed Hij ook aan mij. De Heere geve het u en mij ook te zeggen. Als u het nog niet kunt zeggen, mag u de levende God er vurig om bidden: Zo doe Hij ook aan mij.
Ds. A. Vlietstra