Meer over Home

Hersteld Hervormde Gemeente Rehoboth Nieuwleusen

 

Welkom
Wij heten u hartelijk welkom op de website van de Hersteld Hervormde Gemeente Nieuwleusen. Wij nodigen u van harte uit om onze kerkdiensten bij te wonen. De aanvangstijden staan in het kort hier rechts van de pagina of klik op lees meer. 


Met deze website willen wij u van actuele informatie voorzien over onze gemeente. De Hersteld Hervormde Gemeente "Rehoboth" van Nieuwleusen is een gemeente die deel uitmaakt van de Hersteld Hervormde Kerk.

                                                                                                                      

Meditatie

Van woesteling tot zendeling

Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus (Efeze 3:8).

Een bijzondere typering

Boven de meditatie schrijf ik: Van woesteling tot zendeling. Daar is reden voor. De heidenapostel Paulus typeert zichzelf als de minste van de apostelen, als de voornaamste der zondaren en als de allerminste van al de heiligen. Die drie typeringen tonen hoe Paulus zich heeft leren kennen als een groot zondaar, als een slecht mens, als de onwaardigste en dat niet alleen voor het eerst, maar ook meer en meer in de weg van Gods genade. In mijn tekst zegt hij: Mij, den allerminste van al de heiligen. Hij schrijft in 1 Korinthe 15: En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. Want ik ben de minste van de apostelen die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de gemeente Gods vervolgd heb. 1 Timotheüs 1 noteert: Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste bén. Maar daarom is mij barmhartigheid geschied opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste bén, al Zijn lankmoedigheid zou betonen. Zo'n vijfentwintig jaar na zijn eerste bekering zegt hij niet dat hij de voornaamste der zondaren wás in de verleden tijd, maar dat hij het ís. Hij schrijft bewust in de tegenwoordige tijd! Verder komt hij nooit. Nimmer komt hij zijn zondaarsgestalte te boven, zolang hij op de aarde is.

Tot diepe verwondering

Paulus schrijft over zichzelf. Mij, den allerminste van al de heiligen. Op het persoonlijk voornaamwoord mij ligt accent. De tekst begint ermee. De Heilige Geest heeft het vóóraan laten schrijven. Zó klinkt de diepe verwondering het heerlijkst door. Paulus is verwonderd dat de Heere juist hém heeft geroepen en niet iemand anders. Dat lag veel meer voor de hand. De Heere doet niet wat voor de hand ligt. Hij trekt Zijn eigen spoor. De grootste vijand heeft Hij bekeerd. De slechtste heeft Hij eruit gehaald. Paulus kan het niet vatten. Hier past de verwonderde uitroep: Waarom hebt U mij eruit gepikt en anderen laten liggen? De Heere is niet voor te rekenen en niet na te rekenen. Mij, den allerminste. Het Grieks gebruikt een woord dat betekent: veruit, verreweg de minste. De King James Version, de betrouwbaarste vertaling in het Engelse taalgebied, heeft vertaald: Mij, die minder ben dan de minste van al de heiligen. Minder dan de minste… Kleiner kan de apostel zich niet maken. Raker kan hij zichzelf niet typeren. De kanttekening bij de Statenvertaling zegt: Dit zegt de apostel ten aanzien van zijn staat vóór zijn bekering, toen hij een vervolger was van Christus' gemeente. Dat is hij gelukkig nooit vergeten. Het heeft hem klein gehouden, zijn leven lang. Nooit heeft hij zichzelf vergeven wat hij de Heere heeft aangedaan in zijn eertijds, al is het waar dat de Heere het hem duizendmaal vergeven heeft en dat God er nooit meer op terugkomt. Paulus denkt bij die uitdrukking aan zijn verleden en aan zijn Goddelijke en almachtige ommekeer. Wij geloven dat hij het ook zegt met het oog op zijn staat ná of ín zijn bekering. Hij is door genade niet alleen klein gemaakt, maar ook klein gehouden, klein gebleven. De angel is in zijn vlees blijven steken. Het litteken is nooit weggegaan.

De persoonlijke beleving

Paulus is de minste van de apostelen, de voornaamste der zondaren en de allerminste van al de heiligen. Hij bedoelt met deze typeringen geen indruk te maken, 'zwaar' te doen of nederig te lijken en het intussen niet te zijn. Dat komt voor. De één weet het op reformatorisch erf nog gereformeerder uit te drukken dan de ander, zonder dat er leven in de ziel is. Het gebeurt helaas dat mensen verstándelijk weten wat zij behóren te zeggen, maar intussen zuivere bewoordingen slechts gebruiken als termen, als loze woorden zonder inhoud. Zo is het bij Paulus niet. Wat hij zegt, is wáár. Het is beleving. Zet Paulus in de rij van heiligen, van afgezonderde kinderen Gods, van getrokken zondaren en hij zegt oprecht zich als de minste van de minsten te kennen. Mooi hè? Indrukwekkend begin van de tekst!

Een wonderlijk strafblad

Efeze krijgt enkele tientallen jaren later nóg een brief en wel van de Koning der Kerk via Johannes op Patmos. Efeze is één van de zeven gemeenten van Klein-Azië, een mondaine havenstad, een moderne wereldstad in het zuidwesten van de Turkse kust. Die mooie plaats ligt daar verdronken in afgoderij, verzonken in het heidendom. Diana is haar afgod. De inwoners van Efeze hebben duivelse en zwarte kunsten van toverij en waarzeggerij lief. God heeft goedertierenlijk de apostel Paulus naar deze stad gezonden om er drie jaar lang het evangelie van vrije genade voor verloren zondaren te preken.

In Efeze is door Gods genade middels de gezegende arbeid van Paulus een gemeente ontstaan, vooral uit de heidenen. Hij heeft die gemeente lief. Paulus schrijft haar vanuit de kerker te Rome. Efeze 3:1 spreekt boekdelen. Daar staat: Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus voor u die heidenen zijt. Gods Kerk uit Joden en heidenen is één. Christus heeft Zijn bloed zowel voor Joden gestort als voor uitverkorenen uit de heidenwereld. De heidenen zijn [naar vers 6] mede-erfgenamen (van dezelfde erfenis die God aan Zijn volk heeft vermaakt) en van hetzelfde lichaam (namelijk het lichaam der Kerk) en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus door het evangelie. Van dat evangelie is Paulus dienaar geworden. Om de evangelieverkondiging zit hij in de gevangenis. Op zijn strafblad staat wonderlijk genoeg alleen geschreven dat hij Christus heeft gepredikt. Dat is zijn enige misdaad. Aan den lijve ondervindt hij de gevolgen van het volgen van Jezus. Jacobus is onthoofd, Petrus gevangengezet, Johannes naar het eiland Patmos verbannen en de apostel Paulus maakt kennis met de binnenkant van de kille gevangenismuren in de stad Rome.

Geen enkel onderscheid

Paulus veegt de vloer aan met de gedachte dat er voor Joden een andere weg is tot het heil dan voor heidenen. Efeze 2 laat zien dat aller oorsprong gelijk is. Hetzelfde bloed stroomt ieder mens door de aderen. Hier openbaart zich een ontzaglijke werkelijkheid. Paulus ziet in de brief aan Efeze zijn lezers als bekeerde heidenen, die nu in Christus geloven (met een waar zaligmakend geloof). Hij spreekt hen in de brief die voor ons ligt aan met 'u'. U bent levend gemaakt, u was dood door de misdaden en de zonden. U wandelde naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht. Het geldt bekeerde Joden evenzo. Als één van hen belijdt hij: Ook wij hebben eertijds verkeerd in de begeerlijkheden onzes vleses, ook wij deden de wil des vleses en der gedachten. Dan concludeert hij geheel terecht: wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen. Er is geen enkel onderscheid. Van nature ligt eenieder [ook u en ik] onder de toorn van God. Deze rust op ons allen. O, dat u het gevoelde! 

Een geroepen zendeling

Paulus spreekt in de brief aan Efeze tot heidenchristenen, tot christenen afkomstig uit de heidenen, tot heidenen die christen zijn geworden door Gods genade. Ook zelf is hij door genade christen gemaakt. Gods genade is onwederstandelijk in zijn leven gekomen. De krachtige werking van Gods Geest heeft de vervolger gemaakt tot een volgeling van Jezus Christus. Niet minder dan Goddelijke kracht is daartoe nodig geweest. Anders was het nooit gebeurd dat een voormalige vloeker en vijand is geworden tot een vriend van Hem in Wiens dienst hij nu mag staan en Wiens eigen hij is, aan Wie hij toebehoort voor leven en sterven beide. De briesende leeuw is een lam geworden, een volgeling van het Lam Gods. De woesteling is zendeling geworden. Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen, dat is Christus te verkondigen. Zo is het. Hij beleeft het als de grootst mogelijke verwaardiging die de Heere hem heeft toebedeeld. Paulus is niet zelf gaan lopen. Hij is tot Gods kind en tot Zijn knecht geroepen, niet door een mens. Het is door Gods Geest geschied. Onmiskenbaar.

Een onderscheiden roeping

De apostel spreekt zeer klein van zichzelf en heel hoog van het ambt waarmee hij bekleed is. God wilde Paulus gebruiken voor de heidenen, voor koningen en voor kinderen Israëls. Hij heeft hem ook laten zien hoeveel hij lijden moet om Jezus' naam. Nu hij daadwerkelijk lijdt in de kerker, nu hij het in de beoefening heeft om Christus' voetstappen te drukken, noemt hij het genade. Uit genade is hij heidenapostel. De Heere gebruikt de ene knecht voor Israël, de ander als zendeling onder de heidenen, de derde in het werk in onze gemeenten, weer een ander in het evangelisatiewerk onder hen die van Gods Woord vervreemd zijn.

De onnaspeurlijke rijkdom

Tenslotte formuleert hij: om te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus. Het gaat om Hem, om die ene Naam, om die Man, die ene Persoon, om de Borg, Christus. Déze paar woorden onderstrepen vooral het heerlijke van Christus. Zijn onnaspeurlijke rijkdom. Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden. Onze gedachten worden naar de rijkdom, de schatten, de weldaden, de verdiensten, de gaven en de genaden van Christus geleid. Onuitsprekelijke zaken openen zich hier.

De kanttekening verklaart het woord onnaspeurlijk aldus: Dat is, den ondoorgrondelijke overvloed der genade van Christus. Een gelijkenis genomen van het wild, welks voetstappen men dikmaals niet kan speuren om dat te volgen en vinden. Soms vindt u een enkele afdruk van een voetstap van een stuk wild aan de rand van een bos en meters verderop nog één. Het valt dan nog niet mee om de voetafdrukken te volgen naar de plek van het wild. Het is onnaspeurlijk. Het gebruikte beeld wordt zó uitgelegd voor jonge mensen als dat iemand (bij wijze van spel) ergens een schat verbergt. Anderen moeten die schat zoeken, maar de schat is zo goed verborgen, dat geen mens hem vindt. Zij is onnaspeurlijk. Terecht wordt gezegd dat de mens van nature, van zichzelf nooit kan komen bij de Schat, bij Christus. Nooit komt hij er, tenzij Gods Geest hem bij de hand neemt en hem tot Hem leidt. Onnaspeurlijk wil zeggen: niet na te gaan, niet uit te vinden, niet op te sporen, niet na te speuren, niet te omvatten, niet te begrijpen, geheel ondoorgrondelijk. Het gaat ons verstand vér te boven. Wij kunnen er niet bij. Geen tong kan het ooit zeggen, geen pen zal het ooit kunnen beschrijven.

De grootste Schat

De rijkdom van Christus brengt ons bij Zijn schatten en gaven. Ik denk aan de rechtvaardigverklaring en aan de schuldvergeving, waardoor God om des genoegdoens van Christus wil alle zonden, ja ook de zondige aard niet langer aanziet en zelfs een recht geeft op het eeuwige leven. Er is véél meer dan ik u in deze meditatie kan zeggen. Van sommige schatten geldt dat zij al in dit leven worden genoten, andere weldaden geeft Christus pas na dit leven, zoals de heerlijkmaking en het eeuwige leven. Het is wáár wat de dichter in Psalm 71 belijdt: Schoon ik de reeks dier schatten kan tellen noch bevatten. Zoveel is er, ja zo groot is de rijkdom van Christus die weggelegd wordt voor die Hem vrezen.

Paulus mag het aan heidenen uitstallen, voorstellen. Het is alleen in Christus te verkrijgen. Welk een wonder is het: Heidenen, ook in Nieuwleusen, mogen horen van de rijkdom van Christus. Het wordt voor u uitgestald, voorgesteld, aangeboden. Toch veronderstel ik niet dat iemand het kan aannemen. Wie het vatten kan, die vatte het. De Heere wil erom gebeden zijn. Wie al de schatten van Christus veracht en verwerpt, blijft verloren door eigen schuld. Dat is de waarheid voor de onbekeerde medereiziger naar de eeuwigheid. De Heere geve u en mij ons gemis in waarheid in te leven en recht verlegen te zijn om die ene Schat. Hij Zelf is de grootste Schat. O, dat ik Hem door genade mag kennen, o dat ik Hem meer en meer lere kennen!

Ds. A. Vlietstra, Harskamp

Actueel

.

 

Online meeluisteren

Klik op deze link om online mee te kunnen luisteren

Liturgie

Zondag 26 juli

Morgendienst 09.30 uur

Zingen:

Psalm 118:7

Psalm 119:88

Psalm 66:8, 9 en 10

Psalm 86:6

Psalm 73:14

Schriftlezing: Handelingen 11:13 t/m 26

 

Middagdienst 14.00 uur

Zingen:

Psalm 81:12

Psalm 111:2

Psalm 22:16

Psalm 134:3

Psalm 105:3, 5 en 22

Psalm 111:3

Psalm 25:6

Schriftlezing: Psalm 111

Werkgroep Rehoboth

Extranet

Geschriften

  • © hersteld hervormde kerk 2026