Welkom
Wij heten u hartelijk welkom op de website van de Hersteld Hervormde Gemeente Nieuwleusen. Wij nodigen u van harte uit om onze kerkdiensten bij te wonen. De aanvangstijden staan in het kort hier rechts van de pagina of klik op lees meer.

Met deze website willen wij u van actuele informatie voorzien over onze gemeente. De Hersteld Hervormde Gemeente "Rehoboth" van Nieuwleusen is een gemeente die deel uitmaakt van de Hersteld Hervormde Kerk.
Meditatie
Toeëigenend geloof
Mijn Heere en mijn God (Johannes 20:28b)
De ogen van Thomas hebben gezien
Voordat ik kom tot de eigenlijke belijdenis van Thomas, stel ik een vraag. Deze. Heeft Thomas zijn vinger in Jezus' zijde gestoken? Mijn antwoord is: Hij had toestemming van Christus om het te doen. Het Koninklijk verlof was hem royaal verleend. Ik geloof echter niet dat hij van die toestemming gebruik gemaakt heeft.
Het was niet meer nodig. We lezen er ook geen letter over, dat Thomas met zijn vingers of met zijn hand het lichaam van Christus heeft aangeraakt. Wat we wél lezen, is dat Christus na zijn heerlijke belijdenis tegen hem zegt: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd. De Zaligmaker zegt niet: Omdat gij Mij aangeraakt, getast, gevoeld hebt, maar: Omdat gij Mij gezien (!) hebt.
Het geloof komt tot bloei
De Schrift legt nadruk op zijn geloof, dat mag herleven. Zijn geloof komt hier ineens door Gods genade tot sterker bloei dan dat van zijn medediscipelen. De treurende broeder die het laatst Pasen viert, gaat hier vér boven de andere discipelen uit. Niet één van hen heeft zó helder gezien wie de opgestane Christus is als Thomas.
Uit de tekenen in Christus' handen en zijde leidt hij meer af dan ze aan het oog te zien geven. Het geloof is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet. Door het geloof hebben de ogen van Thomas de volle zaligheid gezien, die de Gekruisigde verwierf aan het vloekhout. Door het geloof valt hem die nadere weldaad in de schoot, dat hij mag weten wat Christus voor hém en voor de ganse Kerk gedaan heeft.
Een zeer kostelijke belijdenis
De tekstwoorden worden aldus ingeleid: En Thomas antwoordde en zeide tot Hem. Dan volgt zijn eigenlijke belijdenis: Mijn Heere en mijn God. De Heilige Schrift zegt vaak dat iemand antwoordt zonder dat hem in eigenlijke zin iets gevraagd wordt. Zo is nu eenmaal het spraakgebruik in Gods Woord. Intussen klinkt van de lippen van Thomas de meest kostelijke belijdenis, die met volle overtuiging wordt uitgesproken en waarin de hartelijke liefde van zijn hart zich mag uiten. Mijn Heere en mijn God. Déze woorden in déze combinatie vindt u alleen in déze tekst.
Wel klinkt dat tere woord mijn Heere ook uit de mond van Maria Magdalena, die tot de vermeende hovenier in de graftuin spreekt in al haar zielsverdriet, als zij Christus kwijt is. Wat zegt zij dan?
Omdat zij mijn Heere weggenomen hebben en ik weet niet waar zij Hem gelegd hebben (Johannes 20:13). Het mijn God legt Christus haar op de lippen, als Hij haar beveelt tegen de broeders te zeggen: Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader en tot Mijn God en uw God (in vers 17).
De ware Godheid van Christus
Thomas belijdt: Mijn Heere en mijn God. De kanttekening op mijn Statenvertaling zegt: Zo spreekt hij dan de volgende woorden tót Christus en ván Christus, Hem bekennende voor zijn Heere en voor zijn God. Hier erkent hij Hem als de waarachtige God en het eeuwige leven. Er is geen evangeliebeschrijving dan alleen die van Johannes die zoveel nadruk legt op de ware Godheid van de Zaligmaker.
O, als Hij niet waarachtig en eeuwig God was, nooit zou Hij Zijn volk kunnen zaligen van hun zonden. Zijn Goddelijke natuur moest Hem immers ondersteunen om al het Hem opgelegde lijden te kúnnen dragen en ánderen daarvan te kunnen verlossen. Ook is Zijn Godheid noodzakelijk om een eeuwige waardij aan Zijn volbrachte werk toe te brengen. Dát nu heeft Thomas gezien en beleden. Hij noemt Hem Mijn God Die in het vierde, dat is in het donkerste kruiswoord heeft uitgeroepen: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
De naam onzen Heere
Terecht is erop gewezen, dat Johannes zijn evangeliebeschrijving begint met deze woorden: In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God om even verder in hetzelfde eerste hoofdstuk het heerlijk evangelie te verkondigen: En het Woord is vlees geworden. Thomas ziet het vleesgeworden Woord, Christus, God en mens.
Het doet hem dit heerlijke woord zeggen: Mijn Heere, mijn God. De ware christen kan de vraag beantwoorden: Waarom noemt gij Hem onzen Heere? In mijn oude leerboekje staat dit antwoord: Omdat Hij ons met lichaam en ziel van al onze zonden, niet met goud of met zilver, maar met Zijn dierbaar bloed gekocht en van alle heerschappij des duivels verlost heeft en ons alzo Zich tot een eigendom gemaakt. Tot een eigendom gemaakt… Dan ben ik van Hem en Hij is van mij!
Het mijnen door het geloof
Mijn Heere en mijn God. Het woordje mijn is het mooiste woord in de tekst. Wie dat woord goed verstaat, ziet dat het aangeeft dat het daaropvolgende woord in zekere zin het bezit is van de spreker. Het mijn is een bezittelijk voornaamwoord. Thomas mag Christus mijnen. Hij mag Hem de mijne noemen.
Christus is van hem en hij is van Christus. Dat zegt in eigenlijke zin het geloof. Het is dan ook een zalig, een gelovig mijnen. Een mijnen door het van God geschonken geloof. Ik denk aan Psalm 43 die zingt: Mijn Redder is mijn God en aan Psalm 68 die betuigt: Die God is onze zaligheid. Die God is ons een God van heil. In de voorzang van Psalm 18 staat tot achtmaal toe dat kostelijke woordje mijn: O God, mijn Sterkte, mijn Steenrots, Burg en Helper is de Heere, mijn God, mijn Rots, mijn Zaligheid, mijn Eer.
Eerst toepassing, dan toeëigening
Hoe komt Thomas ertoe deze woorden te zeggen? Ik vraag nog even door. Ik wil het precies weten. U moet het ook weten, opdat niemand zal mistasten in deze hoogst gewichtige aangelegenheid. Berusten de woorden mijn Heere en mijn God op een besluit van Thomas? Heeft hij verstandelijk besloten van nu af en voortaan Christus zó te noemen en de hand op Hem te leggen? Zet hij een knopje om en is hij dan klaar? Welnee.
Het helpt niet om zelf mijn te zeggen, terwijl de Heere er niet vanaf weet. Het baat evenmin als een ander u aanpraat dat u mag mijnen. Het echte gelovige mijnen gaat van God uit, zoals alles in het werk der zaligheid van Hém uitgaat. Het is Zijn werk om Zijn hand op een zondaar te leggen, hem uit het duister van een verloren bestaan over te zetten in het Rijk van het Licht. Het is Gods eigen werk om een verloren zondaar na ontvangen genade zicht te geven op hetgeen hij in Christus mag bezitten. Dat doet Hij hier bij Thomas. Onze vaderen hebben helder onderscheiden. Zij zeggen dikwijls: Er is eerst de toepassing en dán de toeëigening. Eerst de daad Gods, dan de uitgaande daad van het geloof. Zult u het nooit vergeten?
Het mooiste woord in de tekst
Het komt aan op het woordje mijn. Snijd dat woord weg uit de tekst en u houdt een lege huls, een loze belijdenis over. Dit woord maakt de bevinding, de beleving van het heil uit. Wie het in waarheid mag zeggen, heeft uitzicht. In het geloof is het waar: Met mijnen God kan ik door sterke benden dringen, zelfs over muren springen. Met mijn God kan ik leven, in de Heere kan ik sterven. Mijn Heere en mijn God. Mijn God, U zal ik eeuwig loven. Mijn Redder is mijn God. Dan ga ik op tot Gods altaren, tot God, mijn God, de Bron van vreugd. Mijn Heere en mijn God. Eeuwig ongelukkig is hij of zij die deze Heere en God niet kent. Eeuwig zalig die de Heere kent als mijn Heere en die God kent als mijn God.
Ds. A. Vlietstra, Harskamp